Zeer vereerd dat je de moeite hebt genomen om op 'inspiratie' te klikken. Hieronder vind je mijn blog, boekbesprekingen en filmrecensies. Gewoon voor je plezier. Verder vind je hier van alles... misschien je eigen boek, film of website? Heel leuk als je me iets toestuurt waar ik weer anderen mee kan inspireren. Verrukkelijke vermenigvuldiging gewenst!

Zoeken
  • Sophie Deleu

Bijgewerkt: 14 jun 2020

Volkomen zinloos of groots en meeslepend?



“Ik ben Don Quichot. Van beroep ben ik een dolende ridder. Mijn wetten zijn: wat slecht is goed maken, het goede verspreiden en het kwade voorkomen. Ik ben niet geïnteresseerd in een gemakkelijk leven, in ambitie of hypocrisie. Voor mijn eigen glorie zoek ik het smalste en het moeilijkste pad. Is dit het gedoe van de dwaas of de onwetende?”

Miguel de Cervantes Saavedra

Wat bezielt de mensen die het vanwege corona hebben gemunt op 5G-zendmasten? Het komt op mij over als volkomen zinloos geweld. Toch is de strijd hardnekkig. En hoe meer gezagsdragers zich ertegen uitspreken, hoe erger het wordt. In een poging het te begrijpen ga ik te rade bij de literatuur. En dan treft mij de gelijkenis met het gevecht van Don Quichot tegen de windmolens. Net zo zinloos. De auteur van dit verhaal – Cervantes – zat in de gevangenis toen hij het in 1605 uit zijn duim zoog. Dat lijkt me geen toeval! Nergens voelt de mens zich machtelozer dan in de gevangenis; nergens is de behoefte groter aan het terugwinnen van de regie – in elk geval over wat men er zelf van denkt.

Hoewel Don Quichot vaak wordt afgeschilderd als een dwaze figuur, heeft deze mislukte held met zijn papieren helm vele harten gestolen. Het boek van Cervantes is na de Bijbel het meest vertaald ter wereld. De tragische ridder slaagde er weliswaar niet in overwinningen te behalen; de windmolens weken voor geen centimeter. Hij kreeg juist een klap van de molen. Maar zijn intentie was goed, of in elk geval niet slecht. Hij probeerde de wereld te verbeteren en was bereid het op te nemen tegen een gigantische overmacht. Zijn strijd was gericht tegen de grauwe en vijandige werkelijkheid. Door de kille realiteit niet voor lief te nemen, maar een andere voorstelling van zaken te geven, maakte zijn gevoel van onmacht plaats voor heldendom. Don Quichot was zo beschouwd ‘een man met een missie’ en niet langer een gevangene van zijn eigen tekortkomingen.

Cervantes was in het echte leven een klaploper en een belabberde ambtenaar. Hij was zoals velen van ons, allesbehalve succesvol. Althans, op het eerste gezicht. Met zijn schepping van Don Quichot is alles veranderd in het tegendeel. En Cervantes is de geschiedenis ingegaan als gevierd schrijver van een wereldberoemd verhaal. Zo moeten mensen zich voelen als ze zendmasten te lijf gaan. Die denken neem ik aan net als Don Quichot: we gaan het goede verspreiden en het kwade voorkómen. Gevangen in de strijd tegen een onzichtbaar virus, nemen ze het zwaard op tegen een vijandige menselijke creatie. De rationele tegenwerping dat hun vijanden gewoon windmolens zijn, wakkert hun strijd verder aan. Net als onze ridder zijn ze daardoor pas goed overtuigd dat zij het moeten opnemen tegen oosterse reuzen. Hun leven is niet langer saai en druilerig, ze doen iets!

Ik keur het in brand steken van zendmasten natuurlijk af. Maar ik begrijp het wel beter, als ik me verplaats in de romantische Don Quichot, die ik wel sympathiek vind. Ik verlang ook naar een meeslepend verhaal over COVID19, in plaats van de reeks kille cijfers en grafieken die dagelijks over ons worden uitgestort. De overheid laat het aan onszelf over om betekenis te geven aan de aantallen ziekenhuisopnames en de sterftecijfers. Het is tijd voor serious story telling – zodat we ons allemaal kunnen identificeren met eervolle helden. Niet alleen de mensen in de cruciale beroepen, maar vooral degenen die op dit moment weinig kunnen doen. Zij snakken naar eerherstel.

Laten we het coronavirus tegemoet treden met medemenselijkheid. Want het is een natuurramp; geen oorlog. Het heeft geen zin elkaar de schuld te geven. Oorlogszuchtige taal brengt mensen op het idee dat ze de macht moeten grijpen. Terwijl we juist geduld moeten hebben. Niet teveel tegelijk willen. Elkaar bewust met rust laten. Eigenlijk denk ik dat de boodschap van Don Quichot is: don’t try this at home!

129 keer bekeken0 reacties
  • Sophie Deleu

Het coronavirus laat geen mens onberoerd. Deze onzichtbare vijand richt overal tastbare vernielingen aan. Het virus neemt mensenlevens en zet onze bestaanszekerheid op het spel. Angst en eenzaamheid houden ons in de greep. Ook ik voel me bedrukt en opgesloten – hoewel ik vooralsnog geen grote verliezen te betreuren heb. Maar de enige respons is afstand houden.

De eerste crisisdagen heb ik me gedragen als een bezige bij. Er was veel te doen. Maar nu begin ik de effecten van sociale onthouding echt te voelen. Mijn agenda is leeg, vrienden zijn afgebeld, Pasen vieren we zeker niet voor Pinksteren. Ik verveel mij niet; er is genoeg te doen – continu op mijn telefoon. Maar elkaar de hand geven is voor onbepaalde tijd verboden.

Waarom doet me dit aan denken aan Pasen? De vergelijking met de vastenperiode dringt zich op, in termen van ‘minder nemen, meer geven’ en ‘minder pret, meer diepgang’. Afstand houden was er nog niet bij, maar plotseling is ‘onthouding’ onlosmakelijk verbonden met ‘sociaal’. Met carnaval heeft men het er nog even flink van genomen. Maar daarna was het echt afgelopen.

Het verband tussen Pasen en de uitdrukking “raak me niet aan” is echter niet nieuw. Het zijn de eerste woorden van Jezus na zijn verrijzenis, gericht aan Maria Magdalena. Zij wilde hem omhelzen toen ze hem herkende. Maar dat was niet naar de zin van Jezus. Vele kunstenaars hebben zijn gebaar van afwijzing vereeuwigd. Het zijn afbeeldingen van Jezus die Maria Magdalena erop wijst, 1,5 meter afstand te houden.

De Latijnse uitdrukking “Noli me tangere” wordt op verschillende manieren vertaald, meestal met “raak me niet aan”. “Houd me niet vast” is een andere. En ook interessant is: “wil me niet aanraken”, waarmee Jezus lijkt te zeggen dat het niet alleen om hem gaat. Hij vraagt Maria Magdalena uit eigen beweging distantie te betrachten. Kennelijk is dat beter, zo vlak na zijn verrijzenis.

Bij de schilderijen over dit intieme moment tussen Jezus en Maria Magdalena vallen twee dingen op. Zij kijken elkaar heel intens aan; er springt een onzichtbare vonk over. En er is een leegte tussen hen die wordt begrensd door hun handen. Het hele schilderij draait om het niets tussen hen in. En toch gaat het over wat zich afspeelt tussen die twee. Er wordt verbinding gemaakt – dankzij de afstand.

Ik ervaar een beetje van hetzelfde, maar dan op zeer grote schaal, nu wij met z’n allen afstand houden van elkaar. Het is niet alleen een kwestie van moeten, maar ook van willen. Wij kunnen het heimelijke virus niet met een gewapende strijd verslaan. Wij kunnen het beste zoveel mogelijk lege ruimte scheppen tussen onszelf en de ander.

Het is daarbij wel belangrijk dat we verbinding maken; we moeten samenwerken. En het wonder is: het lukt in veel opzichten beter met, dan zonder coronavirus. We nemen wereldwijd grote economische gevolgen op onze schouders, met als doel ouderen en zwakkeren te beschermen. Zulk altruïsme is misschien nog nooit vertoond. En we dragen de praktische consequenties: we spelen de mensen vrij die de zieken verplegen, wij bundelen de krachten. Wij laten elkaar onze beste kant zien. Het knettert van de solidariteit.

Het sterkste wapen is vreemd genoeg krachteloos: afstand houden. Ik weet niet of Jezus dit bedoelde met zijn “noli me tangere”. Maar een goed advies was het zeker. Volgens het RIVM begint het virus zijn greep op ons langzaam te verliezen. En de sociale cohesie groeit, juist nu wij elkaar loslaten. Ik hoop maar dat wij elkaar niet meteen weer vastklampen, zodra het weer mag. Dan gaat het namelijk meteen weer fout. Je moet het gewoon niet willen, zo vlak nadat je het doorhebt.

237 keer bekeken0 reacties
  • Sophie Deleu

Laat ik het maar meteen zeggen: ik ben lief. LIEF. Zo, het hoge woord is eruit. Ik ben heel lang bang geweest dat ik er problemen mee zou krijgen. Maar het is ook problematisch om mijn geaardheid te moeten verbergen. Ik heb er genoeg van de schijn van egoïsme hoog te moeten houden. Uiteraard krijg ik verbaasde reacties als ik gewoon aardig ben. Maar er gebeurt eigenlijk niets ergs als ik voet bij stuk houd. Sterker nog, menig mens geeft na enig doorvragen toe, ook veel liever te geven dan te nemen.


Waarschijnlijk ben ik lief aangelegd. Ik heb het in elk geval nooit kunnen tegenhouden. Het moet ook lastig voor ouders zijn, zo’n eigenschap te beteugelen. Je gaat kinderen niet ontmoedigen vriendelijk, vrijgevig of vlijtig te zijn. En ik had er talent voor. Dus ik was de eerste jaren ongebreideld lief. Pas op de middelbare school ontdekte ik, dat het ook nadelen had. Dat je niet de enige moet zijn – want dan sta je met lege handen. En tijdens de opleiding tot dierenarts werd de liefde er vakkundig uitgehamerd. Hart voor dieren was ‘vermenselijking’; shame on you! Tegenwoordig vind ik het eerder on-menselijk om niet met dieren begaan te zijn.


Maar ik had nog een lange weg te gaan. Professionals zijn namelijk Niet Lief. Ik heb de term ook nog nooit in een vacaturetekst gezien, noch in enig functieprofiel. Er is daarentegen veel jargon beschikbaar, waarmee je omfloerst kunt laten weten dat je naar een aardige persoon op zoek bent. We gebruiken daarvoor bij voorkeur Engelse termen als teamplayer of soft skills. En wij hebben het over sociale veiligheid, in plaats van een liefdevol werkklimaat. Geef je echter openlijk blijk van genegenheid of altruïsme, dan word je voor naïef versleten. Hoe hoger op de maatschappelijke ladder, hoe minder het wordt geaccepteerd. Wie het belang van een ander vooropstelt valt slechts minachting ten deel.


En sommigen vinden openlijke blijken van liefde of compassie ronduit angstaanjagend. Toegegeven, de effecten staan in schril contrast met de term soft skills. Liefde is keihard. Ze heeft lak aan hiërarchie. Liefde pleit voor uitzonderingen op de regels, vraagt dat mensen over hun hart strijken – dat zij hun gevoel laten spreken. Zij die de zaken graag in hun macht hebben, hebben het niet zo op liefde. Ze zijn bang dat het einde zoek is, als ze zo gaan beginnen. Ze vinden het daarom beter om tekenen van warme genegenheid ferm de kop in te drukken. Daarom heb ik er een hogere kunst van gemaakt om ieder aardig gebaar te verpakken in onpersoonlijke, wetenschappelijke of ambtelijke bewoordingen. Dan valt het niet zo op.


Maar daar ben ik dus klaar mee. Want het is erg ingewikkeld om lief te zijn, als je er niet voor uit kunt komen. Mensen begrijpen het niet als je eindeloos omzichtige bewegingen maakt – ze denken dat er iets achter zit. Hoe meer ik van goede wil ben, hoe minder geloofwaardig ik overkom. Ook op mezelf. Ik was na verloop van tijd min of meer vergeten waar het me eigenlijk om gaat in het leven. Als een kind dat verstoppertje speelt en de tel is kwijtgeraakt.

En ik ben het bovendien zat om alles wat ik doe, te overgieten met een onpersoonlijk sausje. Het smaakt me simpelweg niet meer.


Het is wel spannend om me bloot te geven. Gewoon zeggen wat ik vind: dat IK ervoor KIES om LIEF te zijn voor dierbaren, vrienden en collega’s. Dat ik graag wil dat dieren een goed leven hebben – ja, vanuit mijn ogen bekeken! – en dat onze natuur het beschermen waard is. Het lukt me steeds beter om de minachting te trotseren; dan ben ik maar kinder-achtig. Heel vaak blijft die minachting trouwens uit. Want de meeste mensen zijn eigenlijk lief. Dat blijkt wanneer ik er duidelijk over ben. Zij voelen zich uitgenodigd om zich ook van hun beste zijde te laten zien. Wat een opluchting!












Espritdeleu wenst je een Liefdevol Kerstfeest en een Gelukkig Nieuwjaar!

135 keer bekeken0 reacties