Zoeken
  • Sophie Deleu

In de greep van ontbindingsangst


Sinds het uit is met zijn vriendin, heeft mijn zoon niet meer zo’n behoefte aan een relatie. Hij vindt het leuk om met meisjes uit te gaan – ze mogen ook blijven slapen – maar vaste verkering vindt hij te ingewikkeld. “Of is het bindingsangst?” vroeg een vriendin van mij plagend. Tot mijn verbazing ging hij er serieus op in: “Nee, het is eerder ontbindingsangst”.


En dat vind ik een prachtig woord. Ontbindingsangst... Alsof je in je kist ligt terwijl je nog leeft! Met een beet van Dracula in je nek veroordeeld tot zombie. Alleen ’s nachts kom je eruit voor een dance macabre met je al even ontzielde vrienden. Bevangen van ontbindingsangst kun je niet tegen zonlicht op je huid, noch tegen warme aandacht. Hartelijkheid geeft je het gevoel dat je uit elkaar zult vallen. Je kompas begint machteloos te tollen. Je weet niet waar dit eindigt. Voor de zekerheid ga je maar alvast liggen.


Mijn zoon vreest voor ontbinding. Hij vindt het niet erg om ‘vast te zitten’, maar is bang voor het afscheid dat ermee gepaard gaat. Dan is hij alleen. Hij heeft het vast niet zo bedoeld, maar het woord omschrijft precies de eenzame, zielloze staat waarin een mens verkeert in de wurggreep van ontbindingsangst. Het is de angst voor afwijzing, voor scheiding. In feite is het een voorbode van de doodsangst, want een mens kan niet overleven zonder anderen. Dan wordt hij een zombie.


Ik denk dat ontbindingsangst vaak voorkomt. Veel mensen vinden het eng om verbinding te maken. Om zijn eigen comfort zone op te rekken, is een mens tot veel bereid: een hogere opleiding volgen, nieuw personeel werven, een gebouw neerzetten enzovoorts. Dat heet de lat hoog leggen. Maar hoe moeilijk het ook is om deze ambities waar te maken, het valt in het niet bij ‘vragen om medewerking’. Het is ons soms ronduit afgeleerd – “kinderen die vragen worden overgeslagen” - of het wordt ontmoedigd. Ergens om vragen is het stuur uit handen geven; de ander kan ‘nee’ zeggen. En dat roept ontbindingsangst op.


Sommigen weten deze angst meesterlijk te verpakken. Ze komen over als ‘zakelijk’ of ‘zorgzaam’. Er zijn gerespecteerde managers die nog liever stérven, dan toegeven dat ze hun medewerkers nodig hebben. Als ze instructies moeten geven, stellen ze voor eerst maar eens tijd te gaan schrijven. Met andere woorden: “zeg eerst maar wat jullie aan het doen zijn, dan kijk ik wel wat ik ervan vind.” En er zijn heel veel collega’s die voor geen miljoen in de schuld willen staan bij een ander. Zij blinken uit in ondersteuning of geven hun medewerkers volop aandacht en ruimte. Maar een hulpvraag komt zelden over hun lippen. Een beet in je nek kun je krijgen!


Ik ben blij dat er nu een woord voor is. Met angst kan ik meeleven en een passende respons geven. Want ontbindingsangst is mij natuurlijk niet vreemd. Ik geef ook liever hulp dan dat ik erom vraag. Maar angst is een slechte raadgever. Het werkt beter om het verlangen naar verbondenheid aan te wakkeren. Misschien werkt het woord ‘alsjeblieft’? Of ik zou het kunnen beginnen met ‘dankjewel’ tegen mijn zoon.


Zalig Kerstfeest in verbondenheid!

76 keer bekeken0 reacties

© 2018 by EspritDeleu